Volgens Lucas van Cappellen, onderzoeker en themaleider elektriciteit bij CE Delft, en Koen Kok, hoogleraar Intelligente Energiesystemen aan de TU Eindhoven, is het geen zwart-wit keuze. De twee deskundigen schetsen een landschap waarin netverzwaring onmisbaar blijft, maar bedrijven geen tijd hebben om passief af te wachten. “Netcongestie is niet iets dat op korte termijn oplost,” zegt Van Cappellen. “Het is een echt probleem dat de bedrijfsvoering raakt. Ik wil bedrijven best bang maken, maar niet zó bang dat ze hun kop in het zand steken en niets doen. Ze zullen ook zelf moeten experimenteren om de energietransitie in gang te zetten.” De twee experts concluderen: wie vooruit wil, moet inzicht krijgen in zijn energieprofiel en realistische maatregelen treffen. Wie wacht op netverzwaring alleen, wacht te lang.
Tot 2035 massieve inhaalslag
De plannen voor het elektriciteitsnet zijn ambitieus. Netbeheerders maken tot 2035 een massieve inhaalslag, met miljardeninvesteringen in nieuwe kabels, zwaardere stations en intelligentere aansturing. Toch is volgens Van Cappellen de rem er tijdelijk opgegaan door gebrek aan menskracht. “Ik zie dat dagelijks terug in studies voor overheden en grote bedrijven. Netbeheerders kampen met een ‘maakbaarheidsgat’ van 25 tot 50 procent. Tot 2035 kunnen ze niet al hun geplande werk uitvoeren. Rond 2030 verwacht ik dat ze op stoom komen, maar dan moeten wachtlijsten nog worden weggewerkt. 2035 tot 2040 is realistischer als moment waarop het grootste deel van de huidige congestie is ingelopen.”
Netverzwaring is niet duur
Hoewel de investeringen in netverzwaring gigantisch zijn, vindt hij dat het debat soms te veel focust op het prijskaartje. “Netverzwaring is helemaal niet duur”, stelt hij. “Het is essentieel voor elektrificatie, enorm betrouwbaar en goedkoper dan allerlei flexibiliteitsoplossingen. We hebben ook ooit de Deltawerken gebouwd. Dat kostte ook veel geld, maar was niet te duur ten opzichte van het alternatief. Dat is ook zo bij de energietransitie.” Toch benadrukt hij dat bedrijven hier weinig aan hebben als ze vandaag beperkt worden. “Op de korte termijn is er simpelweg geen ruimte. Daarom moet je als bedrijf wel kijken naar wat er wel kan en daarin investeren.”
Innovation in a hurry
Waar liggen dan de oplossingen? Kok ziet de digitalisering van het energiesysteem als een sleutel. Zijn achtergrond in zowel elektrotechniek als computerwetenschap kleurt zijn blik. “We zitten in een fase van innovation in a hurry”, zegt hij. “We moeten van alles tegelijk oplossen en in die haast gaan we ook voor maatregelen die eigenlijk alleen tijdelijke pleisters zijn. Zoals de energiehub, een oplossing die nog niet volledig is uitgekristalliseerd. Maar die tijdelijke pleisters hebben we nu wel nodig. Het is niet anders.”
Flex inzetten voor congestie
Volgens Kok zijn er op twee plekken waarde voor flexibiliteit: die voor de elektriciteitsmarkt en die voor het netwerk. “Flexibiliteit in de markt is al langer geaccepteerd. Denk aan dynamische tarieven, onbalansmarkten en thuisbatterijen die inspelen op prijsfluctuaties. Flexibiliteit voor het net staat nog in de kinderschoenen. “We hebben nauwelijks incentives om flex in te zetten voor congestie. Die contractvormen zijn nog maar net geintroduceerd en het gebruik ervan is nog in ontwikkeling. Daar valt dus nog een hele wereld te winnen. Die flexibele contractvormen kunnen er ook voor zorgen dat we niet alleen de zesbaanssnelweg gebruiken bij piekmomenten, maar ook op andere tijden van de dag.”
Natuurlijke vervaningsmomenten
Ondertussen turen bedrijven naar technologieën die snel volwassen moeten worden. Van Cappellen ziet dat vooral bij logistiek en warmte. “Elektrificatie is voor veel sectoren duidelijk de winnende techniek”, zegt hij. “Daarom raad ik experimenteren aan. Begin met elektrische trucks of een elektrische productielijn. Je kunt opschalen zodra je weet wat werkt.” Maar niet alles is plug and play. Waar industriële processen warmte op hoge temperatuur nodig hebben, zoals een bakkerij, zijn alternatieven beperkt. “Sommige processen kun je niet stapsgewijs elektrificeren”, zegt Van Cappellen. “Dan is het een kwestie van slimme timing: instappen op natuurlijke vervangingsmomenten.”
Raakt het je primaire proces?
Hoe maak je een businesscase voor investeringen in technologie als netverzwaring eraan komt? Waarom investeren in batterijen of flexibiliteit als het probleem misschien over vijf jaar verdwenen is? Van Cappellen: “Het antwoord hangt af van of het je primaire proces raakt. Als je logistiek moet elektrificeren vanwege zero-emissiezones, dan heb je geen keuze. Als je in je koekjesfabriek een nieuwe productielijn wilt openen, kun je niet vijf jaar wachten. Dan moet je maatregelen nemen.”
Daarbij benadrukt hij het belang van een energiescan. “Veel bedrijven weten niet eens wanneer hun energieverbruik piekt. Soms komt congestie doordat alle installaties om 7.00 uur tegelijk opstarten. Eén bedrijf loste het op door pauzes te verschuiven. Een ander door een stoplicht in de fabriek op te hangen dat aangeeft wanneer machines tegelijk draaien.”
Welke processen kunnen schuiven?
Kok ziet hetzelfde vanuit technologisch perspectief. “Begin met het simpelste: welke processen kunnen schuiven? Op welke momenten heb je welke vorm van energie nodig? En waar kun je opslag inzetten, elektrisch of thermisch?” Een interessante optie die Kok noemt, is warmteopslag met gesmolten zout. Dat is een technologie die warmte opslaat elektriciteit door zout te smelten. Deze warmte wordt later weer afgegeven voor verwarming of industriële processen.
Daarbij gaat het zout van vloeibaar naar vast (kristalliseren) om energie op te slaan en vrij te geven. Kok: “Dat past mooi bij industriële stoomprocessen. Maak je je warmte met een industriële warmtepomp, dan koppel je daarmee je elektriciteitsgebruik los van je warmtevraag. Je maakt warmte wanneer er ruimte is of lage prijzen zijn en gebruikt die als het proces het nodig heeft.”
Wat beide experts benadrukken: zonder inzicht geen businesscase. Van Cappellen: “Zodra je je energieprofiel kent, kun je pas bepalen of flexibele contracten met de netbeheerder, een batterij, aggregaat, slim laden of procesflexibiliteit de moeite waard is.”
Permanent waardevol
Lokale initiatieven en centrale verzwaring ontmoeten elkaar op een dag. Dan is de puzzel van netcongestie gelegd. Van Cappellen nuanceert dat beeld. “Lokale oplossingen blijven er, maar niet allemaal. Slimme aansturing en flexibiliteit blijven permanent waardevol, ook na 2035. Maar dure maatregelen zoals aggregaten of achter‑de‑meter-batterijen zijn vaak tijdelijk.
Die verdwijnen eerder zodra de ergste congestie voorbij is.” Kok denkt dat congestie nooit helemaal verdwijnt. “We gaan naar een systeem waarin elektriciteit soms bijna gratis is, maar netcapaciteit het schaarse goed wordt. Je bouwt geen zesbaansweg als je die maar een paar uur per jaar nodig hebt. En dus kan het niet anders dan dat congestie een onderdeel wordt van de normale bedrijfsvoering.”
Omslagpunt
Volgens Kok schuift het systeem richting een middenpositie: deels centrale capaciteit, deels decentrale flexibiliteit. “We bouwen nu veel bij en dat moet ook. Maar ergens komt er een omslagpunt waarbij we accepteren dat een bepaalde mate van congestie structureel is en dat flexibiliteit en slimme contracten dat moeten opvangen.”
Zowel Kok als Van Cappellen zien geen grote toekomst voor collectieve oplossingen zoals energyhubs. Beiden waarschuwen ook voor overspannen verwachtingen. Kok: “Energyhubs zijn nu vaak nog pleisters. Ze lossen acute problemen op, maar ze zijn nog niet optimaal georganiseerd. Bovendien bestaat er het risico van een lock‑in: dat snelle, suboptimale oplossingen innovatie op lange termijn blokkeren.”
Collectief is niet de silver bullet
Van Cappellen: “Collectief heeft soms voordelen, zoals bij energiehubs maar ook bij collectieve warmtesystemen. Echter, ze zijn echter niet de silver bullet die ze leken te zijn. Alsof ze op elk bedrijventerrein verschijnen en de congestie op alle locaties kunnen verhelpen. Dat is niet zo. Daarvoor zijn de onderlinge afhankelijkheden en contractvormen te complex. Daarbij komt dat er in veel gebieden geen ruimte op het net is voor energiehubs omdat energiehubs er toe leiden dat er op nieuwe momenten pieken kunnen ontstaan binnen de groepstransportovereenkomst.”
Toch zijn hubs in opkomst. Kok noemt diverse projecten waarvoor onlangs MOOI-subsidies voor zijn toegekend. “Er komt een golf aan energyhub‑innovatieprojecten aan. Die richten zich op implementatie, niet meer op proof of concept.”
Beslismodellen
De grote uitdaging wordt volgens Kok digitalisering. De toekomst vraagt beslismodellen die constant bepalen of het slimmer is om stroom lokaal uit te wisselen of van ver te halen. Hij schetst een scenario: “Stel, je woont in een min of meer autarkische wijk. Je dochter komt ’s nachts thuis, zet de douche aan en de warmtepomp springt aan. Deze kan stroom halen bij je buren, maar tegelijk waait het onverwachts hard op de Noordzee. Een systeem moet dan kunnen beslissen: gebruik ik lokale capaciteit of importeer ik goedkope groene stroom? Dat soort logica bepaalt straks of het systeem werkt.”
Wachten is geen optie
Moeten bedrijven wachten op netverzwaring of zelf investeren? Volgens beide experts is het antwoord duidelijk: Bedrijven die afhankelijk zijn van netcapaciteit kunnen zich geen afwachtende houding permitteren. Netverzwaring komt er aan, maar komt langzaam. En hoewel centrale investeringen uiteindelijk veel oplossen, blijft flexibiliteit een structureel onderdeel van een modern energiesysteem.
Van Cappellen: “Wachten is geen optie als het je primaire proces raakt. Begin met inzicht. Dan weet je waarin je moet investeren. Flexibiliteit en slimmere aansturing zijn no regret-maatregelen die altijd waarde houden.” Kok kijkt vooruit: “We zijn nog maar net begonnen met het flexibiliseren van contracten en opslag. Het eindbeeld is een combinatie van top‑down en bottom‑up. Van netverzwaring en investeringen van bedrijven. Bedrijven moeten meebewegen, experimenteren en samenwerken met hun omgeving. Zonder die beweging komen beide delen niet bij elkaar. Daar ben ik van overtuigd.”











